Waarom ik soms Engels moet praten.

Engels

Ik zit in de lobby van een enorm hoog gebouw. Het doet internationaal aan. Alles is bijvoorbeeld in het Engels. En het is heel hoog. Heel hoog. In Amsterdam.
Ik heb zojuist een gesprek gehad met een mondiaal sociaal media platform. Het komt er op neer dat ze graag wat willen doen voor de foundation. En net als zo vaak moet ie even echt vallen. Daarmee bedoel ik dat vraag en aanbod nog bij elkaar moeten komen. Ik heb geleerd dat het best moeilijk is om gelijk in de actie modus te komen omdat er niet altijd een hele duidelijk vraag is. Maar het fijne is…. iedereen helpt.
Net als heel veel mensen.
Net als jij. 

Te laat.

Na die afspraak haast ik me ongelofelijk naar de marmeren lobby van dat enorm hoge gebouw. Het aansluitende gesprek heeft nogal een onderwerp. Hersenstamkanker. Op een bijna schools stoeltje wat voor mij klaar lijkt te staan, neem ik plaats en bel snel in. Hups mijn oortjes gaan links en rechts in. Het is iets over tweeën. Te laat. Een paar minuutjes maar. Maar zij zijn al begonnen. 

Even voorstellen.

Met zij bedoel ik vijf oncologen en onderzoekers van het Prinses Maxima Centrum. Dannis is er ook, hij is een autoriteit op het gebied onderzoek en behandeling van hersenstamkanker. En oja…. ook de directeur van de gehele research afdeling van het Prinses Maxima Centrum is er ook bij. Het is ook mooi dat hij er is. En zij zijn ook 3 onderzoekers van de Universiteit Twente. Zoals een celbioloog. Biochemicus en Medische biologe. En Loes. Loes is ondanks haar jonge voorkomen gewoon professor. Nanotechnolgie.
De reden dat we elkaar ontmoeten is dat iedereen vindt dat er iets gedaan moet worden. Dat er een oplossing moet komen voor het monster. Het monster dat Tobias uiteindelijk eronder kreeg. 

De samenvatting.

In een aantal zinnen waarom ze om tafel zitten?
De onderzoekers van de Universiteit Twente kunnen menselijk weefsel op nano-niveau analyseren. Na die analyse (en met een populair woord heet dat data) kunnen ze met behulp van (zeg maar) rekenprogramma’s variabelen op het weefsel toepassen. Met als doel custommade medicatie.
Nu krijgen alle kinderen een zelfde medicatie pakket toegediend. Met als opperdoel dat kinderen met hersenstamkanker gemiddeld langer leven. Met als opperopperopperdoel… (vul maar in).

Engels.

We doen het vandaag op gehoor. En in de app-groep worden plaatjes gedeeld die het verhaal verduidelijken. Soigant detail; het is in het Engels. Omdat er verschillende nationaliteiten zijn.  Wetenschappelijk Engels. En nu komt het; ik spreek het niet. Nou ja…. Zeg maar gewoon niet. Met een hoofdletter.  Als ik bijvoorbeeld in mijn vorige leven (voor het gedonder) Engels praatte in het bijzijn van Evelien…. Je kunt haar oprapen en bij elkaar vegen. Zorg ook voor extra zuurstof want zij komt niet meer bij. Ze loopt blauw aan.
Of vraag mijn oud-collega’s. Bas. Mirella. Of Judith. 

Workshop in het Engels. 

Ooit gaf ik met Judith een workshop in het Engels. Over iets waarvan ik veel weet, maar Engels is zoals Paulien Cornellisse zou zeggen is niet helemaal mijn ding. Bijkomend nadeel; er zaten, bij die workshop, ook twee Amerikanen bij. Helpt niet. Judith vertelde toen het meeste. Met de meest mooie zinsneden en poëtische woorden kreeg ze zelfs applaus. Het woord wat de meeste indruk achterliet was epiphany. Zoek maar op.
En ik was er op de achtergrond erbij. Ik had echt alles uit m’n hoofd geleerd. Eerst ging het nog wel, maar bij de eerste vraag ging ik al de mist in. 

Intonatie.

Engels dus. De mensen vinden elkaar werktechnisch, beluister ik het van een afstand. Ik volg het gesprek als een wielrenner die bijna moet lossen op de klim. Bíjna. Bíj-na. Maar ik volg het nog net. Natuurlijk niet alles, maar in hoofdlijnen. En da’s genoeg. Maar ik volg het ook anders. Ik luister naar de intonatie. De beleving. De emotie in de stemmen. En dat kan ik als de beste. En alles zegt mij dat het daar ongelofelijk goed mee zit. Dat ze allemaal zich ongelofelijk bewust zijn van waarom ze bijdragen. Dat ze zich allemaal bewust zijn van het feit dat Tobias een enorme droom had en de allerlaatste wilde zijn. 

Medische thriller.

Terwijl ik de stemmen hoor, vormt er zich in die marmeren lobby een beeld voor mijn ogen. Ik ben namelijk terecht gekomen in een regelrechte medische thriller. De hoofdrolspelers proberen in allerijl een oplossing te vinden voor een succesvolle behandeling, van iets waar nog geen oplossing voor is. Ze staan met operatieschorten aan om een operatietafel. Onder dat beeld tikt een klok. Tik. Tak. Tik. Tak.

Engels

In de steriele kamer met blauw licht zijn artsen in allerijl bezig om een leven te redden. Van een kind. Op het eerste beeld lijkt het of alles kriskras door elkaar gaat. Ongestructureerd. Maar als je beter kijkt, zie je dat mensen vanuit hun professie bijdragen. En dat het ongestructureerde eigenlijk gestructureerd is. Met taakverdelingen en zo.
De klok tikt door. Ik zit in de hoek op een stoel. In alle rust. Omdat ik weet dat ik weinig toe te voegen heb. 

Wakker worden.

Dan zegt een stem: “Reitse would you say some last words to end this meeting?” Dan verdwijnt het beeld dat ik dus op die stoel in de operatietafel zit, in één keer. Maar dan ook in één keer. Ik word wakker.
“Sorry?” zei ik, wat best wel Engels is.
Zij lachen omdat het grappig is, maar dan moet je. Maar dan ga je ook hè.
Gewoon zo goed mogelijk….. (deed Tobias ook altijd).

En wat is het vervolg?

Per 1 januari 2020 is Job Komen van de universiteit Twente gestart in het Prinses Maxima Centrum met het voorbereiden van het project. In gezamenlijkheid wordt een funding plan geschreven om zo een onderzoekslijn op te zetten.
Prachtige ontwikkelingen.
Hartstikke trots op.

En dat Engels hè, dat komt goed. Hoe vaker ik het doe…. hoe beter ik word.

2 gedachtes op “Waarom ik soms Engels moet praten.”

  1. Reitse, ik geniet van hoe je alles verwoord, ik denk dat Tobias heel trots op je zou zijn om alles wat je doet. Ik geniet van wat je schrijft !
    Groet Janny

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *